MegaPiratenFestijn in Klazienaveen wederom groot succes

Een uitverkochte tent en een affiche met veel artiesten uit het noordoosten van Nederland; een gezond chauvinisme maakt zich zaterdagavond meester van het Mega Piraten Festijn in Klazienaveen. Voor én achter de schermen. De tent ontploft tijdens de shows van Jannes, de Esperando’s, Evert Baptist, The Dutch Boys en Mooi Wark. En in de artiestentent is het fijn samen een biertje drinken. 

“Klazienaveen uit, altijd lastig”, stelt William Bossong, bassist van Mooi Wark, al enigszins onder invloed. Dat meent hij natuurlijk niet serieus. “We zijn wat eerder gekomen. Onze vrouwen zijn mee. Allemaal samen met andere artiesten aan tafel. Sterke verhalen uitwisselen. Daar doe je het voor. De Dutch Boys erbij. Adviezen van de oude aan de jonge garde. En over drinken: nuchter spelen, niet doen!”

Rond kwart over negen betreedt een wel heel bijzondere artiestengroep het podium. Het is de Up & Down Discoshow, een project van zorgmedewerkers Jan Vos en Suzanne Versteeg. Enkele downers en anderen met een geestelijke beperking draaien muziek en zingen mee. Het publiek pakt het goed op en brult hard mee met ‘Heb je even voor mij’. Later host een groot deel van de bezoekers van links naar rechts op Snollebollekes. Een confettikanon gaat af. Een downer met een microfoon in de hand brult grotendeels onverstaanbaar mee. Een paar mooie danseressen, geregeld door het programma ‘Down met Johnny’, dat de belevenissen van de Up & Down Discoshow volgt, maken het plaatje compleet. Het publiek lacht en brult hard mee. Drents chauvinisme of niet: de Up & Down Discoshow steelt de show.

Johnny de Mol krijgt zelf ook even de microfoon in de handen, maar houdt het kort. Het gaat immers om de dames en heren van de Up & Down Discoshow. “Ik kom potverdomme terug hier”, brult Johnny. Het publiek juicht. “Ze zijn zo gek nog niet”, stelt presentator Willie Oosterhuis. Johnny vond het geweldig, vertelt hij na afloop. “Ik heb dit programma nu al jaren. Het is het mooiste wat er is. Maar voor mij is het een programma. De mensen in de zorg doen dit dag en nacht. Maar wat een mooi festival. Ik ben echt superblij.” Bang dat de act niet zou aanslaan, was hij niet. “Maar ik was wel bezorgd of de jongens en meiden het vol zouden houden. We volgen ze de hele dag. Ze hadden echt vlinders in de buik. Maar nu zijn ze klaar en zijn ze doodmoe!” 

Oorverdovend

“We doen dit al zo’n vijf jaar”, vertelt Jan Vos. “We vallen onder Stichting De Vreugdefabriek. Heel veel mensen hebben het beeld dat downers alleen maar houden van simpele muziek. Kabouter Plop, dat werk. Maar het kan ook anders. Dat willen we laten zien met de Up & Down Discoshow. We treden op op feesten en partijen. Het is voor de deelnemers natuurlijk heel leerzaam. Ze leren omgaan met techniek en hebben een belangrijke taak op de feesten.” Eddie Mensink, de organisator van het Mega Piraten Festijn, kijkt goedkeurend toe. Hij vond het prachtig. “Eind december, begin januari komen de opnames op tv, is me verteld. Voor ons is dit een teken dat ze ons in Hilversum ook serieus nemen.” 

Ondertussen ontploft de tent als Jannes het podium betreedt. Duizenden handen zwaaien mee met ‘Zwevend naar ‘t Geluk’. Complete vriendengroepen slaan de armen bij elkaar om de schouders en brullen mee met ‘Adio Amore Adio’. Het gejuich na afloop is oorverdovend.   

Medicijnen

De mannen van de Dutch Boys hebben er zin in. Een thuiswedstrijd is het. Jans Hoogeveen heeft alleen zijn week niet. “Ik ben hondsberoerd”, stelt hij. Hij kijkt naar zijn cola. “Ik zit aan de fris. De griep. Ik sta stijf van de medicijnen. Keelpijn ook. Ik kan bijna niet zingen. Maar ik ga het proberen. Het is niet anders. Ik kan natuurlijk niet thuisblijven. Heel Zwartemeer is uitgelopen!” Collega Cor: “Overal waar ik kwam, begon iedereen over vandaag. Dat ze ook zouden komen. Heel meelevend.” Dan ziet hij zijn oude maat Jannes van der Wijk, vroeger lid van piratenact de Pioniers (bekend van onder andere ‘Celblok nr. 10’). Jannes heeft 400 kilometer gereden om hierbij te zijn. “Ik kom zelf uit Klazienaveen, maar woon al jaren in Duitsland”, vertelt Jannes. “Dit wilde ik meemaken. Ik ken de jongens van de Dutch Boys al sinds dat ze een jaar of 15, 16 waren. We waren vroeger altijd met elkaar. We overlegden over zakelijke dingen, traden soms ook samen op. Voor mij zijn het de beste collega’s die een mens zich kan wensen!” Zelf maakt hij geen muziek meer. “Maar natuurlijk mis ik het podium. Elke keer dat ik livemuziek hoor, begint het weer te kriebelen.”

Kamp 

Presentator Willie Oosterhuis ziet dat het goed is. Hij hoeft niet hard te werken om het publiek op te zwepen. “Kijk we zijn het huis van het Nederlandse lied. We staan overal. Maar hier komen we thuis. Dit is het echte piratenland. Frans Bauer kwam vroeger als jochie op het kamp in Emmen om zijn platen te verkopen. Daar is hij groot geworden. En Jannes, ja die wordt hier gedragen. Het hele publiek gunt hem dit. Ze trokken hem hier erbovenuit. Geweldig!” 

Ook als Willie Oosterhuis de Dutch Boys aankondigt, is het gejuich oorverdovend. De mannen zingen een medley van hun hits. ‘Boer Harms’, ‘Geert mien Belgisch peerd’, ‘Heb jij mien zwien ook zien’, ‘Ik proat plat’ en ‘Ik zal nooit meer dronken wezen’. Dat Jans ziek is, is niet te merken. Hij springt en lacht. Jongeren hossen wild op en neer. Polonaises trekken door de tent en duizenden kelen brullen mee. De vreugde is enorm. Als de mannen van het podium lopen zet Willie nog even weer ‘Ik zal nooit meer dronken wezen’ in. De tent haakt aan.

Cor kan na afloop alleen maar grijnzen. “Je kon het zien. Het was geweldig. Overal zag ik bekenden. De hele tent stond er vol mee. Ik wist niet meer waar ik moest kijken. Op een gegeven moment kreeg ik het zelf ook in de gaten: dit is grandioos!”